De Amerikaanse toezichthouder CFTC dwingt voorspellingsmarkt Kalshi tot doorgaan in New York. De commissie greep in nadat de staat een rechtszaak tegen het platform aanspande. Volgens de CFTC ontstond daardoor een noodsituatie op de markt. De dienst zegt te handelen om de stabiliteit te bewaren. Het bevel verplicht Kalshi om te blijven werken volgens de kernprincipes van de Commodity Exchange Act. Daarmee botsen een federale toezichthouder en een deelstaat frontaal over dezelfde handel.
De rechtszaak komt van procureur-generaal Letitia James van New York. Zij stapte op 31 juli naar de rechter. James wil dat de rechter Kalshi permanent verbiedt om een illegaal gokbedrijf te runnen in haar staat. Daarnaast eist zij volledige schadeloosstelling voor klanten die via het platform weddenschappen afsloten. Ook vraagt zij om financiële boetes. Het kantoor van James noemt het aanbod van Kalshi ronduit onwettig. New York beschouwt de contracten dus gewoon als kansspel en past de eigen gamingwetten toe.
CFTC-voorzitter Michael Selig verwoordde het standpunt van zijn dienst scherp. Hij verwijt New York dat de staat de handel in evenementencontracten wil laten doodbloeden. Dat zou gebeuren achter wat hij een ijzeren gordijn van staatskansspelwetten noemt. De staat wacht daarmee niet op een definitief oordeel van de rechter, stelt Selig. Volgens hem wilde het Congres nooit dat derivatenbeurzen onder een lappendeken van staatsregels vallen. New York heeft in deze interstatelijke financiële markten niets te zoeken, aldus de voorzitter. De wet verplicht zijn commissie bovendien om orde in die markten te bewaren.
De CFTC beroept zich op exclusieve bevoegdheid uit de Commodity Exchange Act. Die wet wijst de toezichthouder aan als enige regelgever voor aangewezen contractmarkten, kortweg DCM’s. Platforms zoals Kalshi en Polymarket vallen volgens de dienst precies in die categorie. Selig noemt ze financiële beurzen die financiële instrumenten aanbieden. Bovendien werken ze over staatsgrenzen heen. De dienst wijst er ook op dat zij deze beurzen zelf aanwijst en controleert. Eén federale regelgever past daar beter bij dan vijftig verschillende staten, luidt de redenering.
Selig legde ook uit waarom hij die handel als landelijk ziet. Het platform koppelt een bod van een inwoner uit de ene staat aan een aanbod uit een andere. Daarna gaat de transactie naar een clearinghuis. Dat huis dekt de posities van klanten door het hele land af. Selig noemde die keten als bewijs dat de handel niet in één staat blijft. Die opzet laat zich volgens de CFTC moeilijk opknippen langs staatsgrenzen. Een verbod in één staat raakt daarom de deelnemers elders ook.
De ruzie draait om een groeiende sector. Voorspellingsmarkten laten mensen contracten kopen over de afloop van gebeurtenissen. Denk aan verkiezingen, rentebesluiten of sportwedstrijden. Aanbieders presenteren dat als handel in derivaten, met een prijs die de kans weerspiegelt. Meerdere staten zien er vooral gokken met een ander etiket in. Dat verschil in etiket bepaalt wie de regels stelt. Valt Kalshi onder de CFTC, dan gelden federale beursregels. Vallen de contracten onder kansspelwetten, dan bepaalt elke staat zelf de voorwaarden. New York kiest nadrukkelijk voor die tweede lezing.
Voorlopig blijft Kalshi in New York dus gewoon open, op bevel van Washington. De rechter moet zich nog inhoudelijk over de eis van James buigen. Tot die uitspraak staan twee tegengestelde bevelen naast elkaar. Het platform zit daarmee klem tussen een federale toezichthouder en een deelstaat. Beide partijen houden voorlopig vast aan hun eigen lezing van de wet. De uitkomst reikt verder dan één bedrijf. Zij bepaalt hoeveel ruimte staten houden om federaal gereguleerde beurzen aan hun eigen kansspelwetten te binden. Ook andere aanbieders van voorspellingsmarkten wachten daarom gespannen op het oordeel.