Taiwan ontdekte een cyberaanval waarbij aanvallers AI-agenten inzetten tegen overheidsinstanties. Het ministerie van Digitale Zaken bevestigde die aanval deze week. De cybermonitoringteams van het ministerie zagen vanaf 20 juli afwijkend verkeer op overheidsnetwerken. Het Nationaal Instituut voor Cyberveiligheid stuurde daarop een reeks waarschuwingen uit en startte een onderzoek. Dat onderzoek wees op een duidelijk buitenlandse herkomst. Onderzoekers noemen dit de eerste aanval van deze soort, omdat AI-agenten een groot deel van het werk overnamen. De aanval raakte meerdere overheidsinstanties tegelijk. Taiwan zelf wijst geen land aan.
De aanvallers kozen voor een hybride werkwijze. Zij combineerden handmatige acties met een team van samenwerkende AI-agenten, waaronder Open Claw. In vier dagen tijd haalden die agenten tientallen wachtwoorden van ambtenaren buit. Ook stalen zij personeelsdossiers bij het ministerie van Justitie. Daarnaast scanden zij het bureau voor nucleaire veiligheid op kwetsbaarheden. De agenten zochten dus zelfstandig naar zwakke plekken en zetten daarna de volgende stap. Elke agent kreeg een eigen taak binnen die keten. Zo verdeelden de aanvallers het werk zoals een echt hackteam dat doet. Die aanpak maakte de aanval moeilijker te herkennen, omdat menselijk en geautomatiseerd gedrag door elkaar liepen.
De Financial Times berichtte als eerste over de inbraak. Het Israëlische cybersecuritybedrijf Dream voerde het technische onderzoek uit. Volgens die berichtgeving zitten vermoedelijk hackers met banden met China achter de operatie. Taipei bevestigt die toeschrijving niet en houdt het op een bron in het buitenland. Die terughoudendheid is gebruikelijk: technisch bewijs voor toeschrijving vraagt tijd en blijft vaak vertrouwelijk. Het Nationaal Veiligheidsbureau van Taiwan volgt de zaak eveneens. De aankondiging van het ministerie kwam een dag na de eerste publicaties.
Het opvallende zit vooral in het tempo en de schaal van de aanval. Een AI-agent voert in enkele uren taken uit die mensen dagen kosten. Daardoor bewerkt een kleine groep aanvallers veel meer doelwitten tegelijk. Toch relativeert veiligheidsonderzoeker Cris Thomas van Semgrep het beeld. “Er zat nog altijd een mens in dit proces”, zegt hij. “Iemand moest beslissen wie aan te vallen.” De techniek versnelt het uitvoerende werk, maar bepaalt de strategie niet. AI verandert daarmee vooral de snelheid van een aanval, niet het motief erachter. Die nuance is belangrijk voor verdedigers, want zij zoeken nog steeds naar menselijke aansturing.
De Taiwanese overheid reageerde met nieuwe beschermingsrichtlijnen voor alle instanties. Ook scherpte zij de bewaking van systemen fors aan. Het doel is verdachte patronen vroeg herkennen en aanvallen meteen blokkeren. Ministeries krijgen daarnaast strengere instructies over het beheer van inloggegevens. De richtlijnen gelden voor alle overheidsinstanties, niet alleen voor de getroffen ministeries. Snelle detectie weegt zwaarder nu aanvallers hun stappen automatiseren. Een verdediging die pas na dagen reageert, komt bij zo’n tempo simpelweg te laat.
De aanval past in een breder patroon rond Taiwan. Het eiland registreerde vorig jaar gemiddeld 2,63 miljoen aanvallen per dag op kritieke infrastructuur. Ziekenhuizen, banken en overheidsdiensten behoren tot de vaste doelwitten. Dat aantal lag zes procent hoger dan het jaar ervoor. Taipei beschuldigt Peking al jaren van “hybride oorlogvoering”. China combineert daarbij militaire oefeningen, desinformatie en digitale aanvallen, stelt de Taiwanese regering. Peking wijst zulke beschuldigingen steevast van de hand. Cyberveiligheid is voor Taiwan daardoor ook een veiligheidsvraagstuk, geen puur technisch probleem.
Deze AI-cyberaanval in Taiwan werkt voor andere landen als een waarschuwing. AI-agenten zijn breed beschikbaar, goedkoop en eenvoudig te bedienen. Wie ze kwaadwillend inzet, verlaagt de drempel voor grootschalige digitale spionage. Duidelijke afspraken over verantwoord gebruik van AI-agenten ontbreken bovendien nog. Beveiligingsteams moeten dus rekenen op aanvallen die sneller verlopen dan hun eigen reactietijd. Taiwan levert daarmee ongewild het eerste openbare voorbeeld van dit nieuwe type dreiging. Andere overheden kijken nu naar de Taiwanese aanpak.