Intel haalt 15 miljard dollar op met de verkoop van nieuwe aandelen. Dat bedrag kan oplopen tot 20 miljard dollar. De begeleidende banken mogen namelijk extra stukken plaatsen. Voor Intel markeert de operatie het voorlopige hoogtepunt van een opmerkelijke comeback. Nog niet zo lang geleden gold de chipmaker als een schoolvoorbeeld van verval. Concurrenten liepen weg met de winst in de chipmarkt. Intel miste bovendien de aansluiting bij de hausse rond kunstmatige intelligentie. Beleggers twijfelden openlijk aan de toekomst van de eigen fabrieken. Die stemming is inmiddels volledig gekanteld. Het aandeel verdrievoudigde bijna in 2026. Daarmee versloeg Intel zowel AMD als Nvidia. Ook de Philadelphia Semiconductor Index bleef ver achter, met een plus van ongeveer 75 procent.
De prijs van de nieuwe aandelen kwam uit op ongeveer 95 dollar per stuk. Dat is een korting van 2,6 procent op de slotkoers van de dag ervoor. Die korting is klein voor een emissie van deze omvang. Ze zegt veel over de honger van beleggers. Volgens berichten schreven partijen voor meer dan 100 miljard dollar in. De vraag overtrof het aanbod dus ruimschoots. Toch reageerde de beurs in eerste instantie negatief. Het aandeel zakte na de aankondiging 4 tot 5 procent. Die daling heeft een simpele oorzaak: verwatering. Meer aandelen betekent dat bestaande beleggers een kleiner deel van het bedrijf bezitten. De winst per aandeel komt daardoor onder druk. Analisten noemen die reactie voorspelbaar. Eén analist vatte het beleggersgevoel kernachtig samen. Na een koersstijging van ongeveer vijf keer sinds vorig jaar augustus is kapitaal ophalen volgens hem volkomen logisch.
Intel steekt de opbrengst in zijn foundry-divisie. Die tak maakt chips in opdracht van andere bedrijven. Het is het onderdeel waar alles om draait in de nieuwe strategie. Het geld gaat naar nieuwe fabrieken en naar geavanceerde verpakkingstechnologie. Die zogeheten advanced packaging stapelt chips slim op elkaar. Voor AI-versnellers is die techniek inmiddels net zo belangrijk als de transistors zelf. Daarnaast financiert Intel de opbouw van productie op het 14A-procedé. Dat moet in 2028 op stoom komen. 14A is de meest geavanceerde techniek in de planning van het bedrijf. Het succes ervan bepaalt of Intel echt kan meedoen aan de top. De investeringen lopen in 2026 op van 18 miljard naar 20 miljard dollar. Zulke bedragen zijn in de chipindustrie eerder regel dan uitzondering. Een fabriek bouwen kost jaren en miljarden, lang voordat er één chip verkocht wordt.
Klanten zijn voor een foundry belangrijker dan techniek alleen. Op dat punt boekt Intel zichtbare vooruitgang. Tesla legde zich al vast op het 14A-procedé. Dat is een krachtig signaal richting andere afnemers. Ook met Apple lopen er naar verluidt gesprekken over een samenwerking. Apple laat zijn chips nu volledig bij TSMC maken. Een order uit Cupertino zou het aanzien van Intel in één klap veranderen. Daarnaast sloot Intel zich als productiepartner aan bij Terafab, het chipproject van Elon Musk. In Ierland trekt het bedrijf 5,7 miljard dollar uit voor de productie van Xeon-serverchips. Elk van die stappen vult de fabrieken verder. En een halfvolle fabriek is in deze sector dodelijk voor het rendement. De vaste kosten lopen immers gewoon door.
De ommekeer staat niet los van politieke steun. De Amerikaanse overheid schoof de afgelopen periode fors aan bij Intel. Washington ziet eigen chipproductie als een kwestie van nationale veiligheid. Bijna alle geavanceerde chips komen nu uit Taiwan en Zuid-Korea. Die afhankelijkheid willen de Verenigde Staten verkleinen. Strategische investeerders sprongen daarna eveneens bij. Zulke partijen kopen zich niet in voor een snelle winst. Zij willen vooral een tweede leverancier naast TSMC. Die combinatie van overheidsgeld en strategisch kapitaal gaf de koers vleugels. Beleggers zagen het risico op een faillissement praktisch verdwijnen. Daarmee veranderde Intel van probleemgeval in herstelverhaal. De emissie bevestigt die nieuwe status.
De grote vraag blijft echter onbeantwoord. Kan Intel op termijn winstgevend chips maken voor derden? TSMC beheerst die markt al jaren met overtuiging. Het Taiwanese bedrijf levert betrouwbaar, op tijd en met hoge opbrengsten per wafer. Klanten stappen pas over als Intel dat niveau evenaart. Eén tegenvallende generatie kan het vertrouwen opnieuw breken. Bovendien verdampt geld in deze industrie razendsnel. Twintig miljard dollar klinkt als veel, maar dekt slechts enkele jaren aan investeringen. Intel koopt met deze emissie dus vooral tijd. Het bedrijf gebruikt die tijd om 14A werkend te krijgen en klanten binnen te halen. Lukt dat, dan is de comeback compleet en krijgt de westerse chipmarkt een serieus alternatief. Lukt het niet, dan financierden beleggers een dure vertraging.