General Motors zet een grote stap om het stroomnet te ontlasten. De fabrikant verandert elektrische auto’s in mobiele energiecentrales. Door de groei van kunstmatige intelligentie stijgt de vraag naar stroom snel. GM wil deze druk verlichten met slimme batterijtechnologie en samenwerking met energiebedrijven.
Volgens GM kunnen meer dan 250.000 elektrische auto’s in de Verenigde Staten al tweerichtingsverkeer aan. Deze voertuigen halen stroom uit het net en geven die ook weer terug. Een nieuwe firmware-update maakt dit mogelijk zonder extra hardware. Daardoor worden auto’s in opritten plotseling een bron van opgeslagen energie. GM test dit idee in Michigan met energiebedrijf DTE bij dertig medewerkers. Voor 2030 droomt het bedrijf van tienduizenden auto’s die samen het net in balans houden.
Daarnaast richt GM zich op een nieuwe soort batterij. Het bedrijf kiest voor natrium-ion in plaats van de bekende lithium-ijzerfosfaat. Deze nieuwe batterijen zijn goedkoper omdat ze geen extra koeling nodig hebben. Ook gaan ze ongeveer twintig jaar mee. De grondstoffen komen bovendien uit eigen land en niet uit China. Batterijbaas Kurt Kelty noemt natrium-ion de betere keuze voor grote opslagsystemen. Zelfs bij temperaturen van 55 graden leveren de prototypes goede resultaten.
Met deze plannen daagt GM rivaal Ford direct uit. Beide bedrijven willen ongebruikte autocapaciteit inzetten voor het stroomnet. Zo proberen ze de stijgende energiekosten in het AI-tijdperk te beteugelen. GM werkt voor de batterijopslag samen met start-up Peak Energy.