Het Chinese AI-lab Moonshot AI traint zijn nieuwste model naar verluidt op verboden Nvidia-chips. Techsite The Information meldt dat het bedrijf Blackwell-hardware inzette voor Kimi K3. Dat is opvallend, want die chips horen China helemaal niet te bereiken. De Verenigde Staten verbieden de export ervan naar Chinese afnemers. China blokkeert de import op zijn beurt, om de eigen chipindustrie ruimte te geven. Moonshot omzeilde dus twee tegengestelde regimes tegelijk. Kimi K3 geldt als een frontier-model. Zulke systemen behoren tot de zwaarste en meest geavanceerde AI van dit moment. De training ervan vraagt enorme hoeveelheden rekenkracht. Moonshot AI groeide de afgelopen jaren uit tot een van de bekendste AI-labs van China. Het verhaal toont hoe fel de Verenigde Staten en China om AI-macht strijden. De chips van Nvidia vormen daarin telkens opnieuw het strijdtoneel.
Volgens bronnen rond het bedrijf schakelde Moonshot twee andere Chinese partijen in. Beide hadden Blackwell-chips in hun datacenters staan, ondanks de regels aan beide kanten. Blackwell is op dit moment schaars, zelfs voor klanten die de chips gewoon legaal kopen. Geen van de twee bedrijven had daarom genoeg capaciteit voor een volledige training. Moonshot moest de rekenkracht dus bij elkaar sprokkelen. De ingenieurs koppelden meerdere servers met acht Blackwell-chips aan elkaar. Die koppeling liep zelfs dwars over de grenzen van losse datacenters heen. Dat is technisch lastig, want zulke verbindingen vertragen een trainingsproces snel. Het laat zien hoe ver labs gaan om aan rekenkracht te komen. Toch kwam het model er uiteindelijk. Voor de opvolger Kimi K4 zoekt het bedrijf naar verluidt alweer nieuwe toegang tot Blackwell.
Binnen de Chinese AI-sector maakte de lancering van Kimi K3 veel los. Een onderzoeker bij een groot Chinees techbedrijf spreekt van een nieuwe ronde in de wapenwedloop. Die onderzoeker werkt zelf aan het trainen van modellen. Volgens hem blijft trainen op Chinese chips voorlopig moeizaam of zelfs onmogelijk. De binnenlandse versnellers ontwikkelen zich veelbelovend, maar traag. Ze lopen naar schatting één tot twee generaties achter op het huidige aanbod van Nvidia. De achterstand geldt vooral bij het trainen van grote modellen. Bovendien staan er lange wachtrijen: leveringen duren al maanden. Voor de sector is dat een pijnlijke constatering. Chinese labs die aan de top willen meedoen, komen zo in een klem. Ze mogen de beste chips niet kopen, en de eigen alternatieven schieten tekort. Precies daar ontstaat de creativiteit waarmee bedrijven de regels omzeilen.
De situatie is voor Chinese labs dubbel ongemakkelijk. Washington beperkt de uitvoer van krachtige AI-chips al jaren, uit angst voor militair gebruik. Peking voert intussen een eigen koers. De overheid drukt bedrijven om binnenlandse chips te kopen, ook als die minder presteren. Zo moet er een zelfstandige Chinese chipindustrie ontstaan. Op papier klinkt die redenering logisch. In de praktijk zitten ontwikkelaars klem tussen twee verboden. Ze willen de snelste hardware, maar mogen die van geen van beide kanten hebben. Bedrijven zoeken daarom naar constructies die formeel net binnen de lijntjes blijven. Dat verklaart de vindingrijke omwegen die keer op keer opduiken. Moonshot is namelijk niet het eerste Chinese AI-bedrijf dat zo’n route bewandelt.
Voor het draaien van het model gebruikt Moonshot andere hardware. Daarvoor zet het bedrijf de HGX H20 in, een chip die Nvidia speciaal voor China maakte. Die kaart stamt uit de vorige generatie en valt buiten de verboden aan beide kanten. Moonshot adviseert een opstelling met minstens 64 H20-GPU’s om Kimi K3 te draaien. Wie het model zelf draait, heeft dus een serieus datacenter nodig. De vraag naar het model bleek meteen groot. Het bedrijf liep daardoor snel tegen de grenzen van zijn capaciteit aan. Nieuwe abonnees belanden voorlopig op een wachtlijst. Kimi K3 is wel een open-weight model. Moonshot gaf de gewichten deze week vrij. Daardoor bieden inmiddels ook andere partijen het model aan. Die spreiding verlicht het capaciteitsprobleem waarschijnlijk deels.
Ook in Washington kreeg de zaak aandacht. Michael Kratsios, directeur binnen het Witte Huis, deed vorige week een opvallende uitspraak. Hij schreef op sociale media dat Moonshot servers met GB300-chips bemachtigde. Daarnaast zou het bedrijf GB300’s in Thailand gebruiken. Dat verschil is juridisch belangrijk. Het kópen van Blackwell-chips is verboden, maar het húren ervan blijkbaar niet. Via een datacenter in een derde land blijft die route dus open. De Amerikaanse politiek wil dat gat dichten met de voorgestelde Remote Access Security Act. Die wet zou toegang op afstand behandelen als een export. Daarmee zou huren onder dezelfde beperkingen vallen als kopen. Onduidelijk blijft hoe Washington zo’n regel buiten de eigen landsgrenzen wil handhaven.
Het Amerikaanse ministerie van Handel onderzoekt de kwestie inmiddels formeel. De vraag is of Chinese bedrijven toegang krijgen tot geavanceerde chips zoals Blackwell. Ook de verhuur van rekenkracht in landen als Thailand ligt daarbij onder de loep. Dat onderzoek kan gevolgen hebben voor datacenters, verhuurders en tussenpersonen wereldwijd. Nvidia zit intussen zelf in een lastige spagaat. Het bedrijf verliest omzet door de exportregels, maar wil de Chinese markt niet opgeven. Tegelijk laat de zaak-Moonshot de grens van exportcontroles zien. Regels stoppen een directe verkoop, maar niet elke omweg. Zolang bedrijven rekenkracht op afstand kunnen huren, blijft er ruimte. Voor Chinese labs weegt die ruimte zwaar. Zonder westerse chips raken ze verder achterop in de race om de beste modellen. De komende maanden draait het daarom om twee vragen. Kan China zijn eigen chips snel genoeg verbeteren? En slaagt Washington erin de achterdeuren echt te sluiten? Het antwoord bepaalt wie de volgende ronde van de AI-wedloop wint.