Geheugenprijzen exploderen in een tempo dat de pc-markt nog nooit eerder zag. RAM kost vandaag soms vijf keer meer dan vorige zomer. Sommige DDR5-kits stegen zelfs met bijna 500 procent op jaarbasis. Een kit van 128GB staat nu voor 3.399 dollar in de webshops. Dat bedrag ligt meer dan tien keer boven het laagste prijspunt van datzelfde product. Tom’s Hardware bracht de ontwikkeling deze week gedetailleerd in kaart. De site vergeleek de gemiddelde prijzen van PCPartPicker in augustus 2026 met die van precies een jaar eerder. Die cijfers blijven een benadering, maar ze schetsen een helder beeld. Werkgeheugen veranderde in korte tijd van een saaie budgetpost in de duurste verrassing van elke pc-bouw. Veel bouwers stellen hun plannen daarom noodgedwongen uit.
Wie kiest voor een lagere capaciteit of een tragere snelheid, betaalt minder. De opluchting blijft echter klein. Een kit die vorig jaar 72 dollar kostte, vraagt nu 392 dollar. Een standaard set van 64GB met twee modules van 32GB laat hetzelfde patroon zien. Die DDR5-5600-kit bleef vorige zomer nog ruim onder de 200 dollar. Vandaag rekenen winkels er meer dan 1.100 dollar voor. Dat komt neer op een vermenigvuldiging met vijf. Bouwers plannen hun budget normaal rond de processor en de videokaart. Nu slokt het geheugen plotseling een groot deel van dat budget op. Een middenklasse-systeem kost daardoor al snel honderden euro’s meer dan gepland.
Veel gebruikers hopen de storm uit te zitten op een ouder platform. Een moederbord met AM4 of LGA1700 en DDR4-geheugen lijkt dan een veilige haven. Die vlucht naar oudere systemen jaagt echter ook de DDR4-prijzen omhoog. Omdat DDR5 voor de meeste bouwers onbereikbaar werd, ontstond een run op DDR4-modules. Dat kettingeffect duwde de prijzen 120 tot bijna 180 procent omhoog. Een kit van 105 dollar kost inmiddels 281 dollar. De stijging blijft milder dan bij DDR5, maar ze doet nog steeds pijn. Wie een ouder systeem wil uitbreiden, betaalt dus alsnog fors. Bovendien loont het om zuinig te zijn op de modules die je al bezit.
De prijsgolf raakt niet alleen kopers in de Verenigde Staten. De Duitse techsite ComputerBase volgt dezelfde trend op de Europese markt. Volgens hun cijfers stegen de gemiddelde geheugenprijzen in Europa met 345 procent. Die vergelijking loopt vanaf september 2025 tot deze maand. De site ziet de druk bovendien doorsijpelen naar andere onderdelen. Harde schijven en SSD’s werden in dezelfde periode ruim 125 procent duurder. Opslag en geheugen stijgen dus tegelijk in prijs. Een complete pc wordt daardoor razendsnel onbetaalbaar voor de gemiddelde consument. Ook fabrikanten van kant-en-klare systemen voelen die stijging in hun kostprijs. De Europese cijfers bevestigen dus het Amerikaanse beeld van deze markt.
De cijfers tonen samen een markt die volledig uit balans raakte. Geheugen gold jarenlang als een voorspelbaar en goedkoop onderdeel. Prijzen daalden langzaam en fabrikanten leverden vlot genoeg voorraad. Die rust verdween binnen twaalf maanden volledig van het toneel. Een verschil van 72 naar 392 dollar toont de omvang van die omslag. Kopers herkennen hun eigen configuratie van vorig jaar nauwelijks nog terug. Winkels passen hun prijzen bovendien vaak per week aan. Daardoor loont het om prijzen goed te vergelijken voor je bestelt.
De oorzaak ligt vooral aan de inkoopkant van de markt. Grote hyperscale-partijen kopen de productiecapaciteit van de geheugenfabrikanten massaal op. Zij legden naar verluidt bijna de volledige wereldwijde DRAM-productie voor 2027 al vast. Deze bedrijven betaalden zelfs voorschotten om hun leveringen zeker te stellen. Daardoor blijft er nauwelijks voorraad over voor gewone consumenten en kleine bouwers. DRAM groeide zo uit tot een van de waardevolste grondstoffen ter wereld. Gewone DRAM-chips zijn per kilogram inmiddels meer dan de helft waard van goud. Die vergelijking maakt duidelijk hoe scheef de verhouding tussen vraag en aanbod ligt.
Voor consumenten betekent deze situatie vooral geduld of een aangepast plan. Wie nu een nieuwe pc samenstelt, kiest beter voor een kleinere geheugencapaciteit. Een upgrade van een bestaand systeem levert vaak meer op dan volledige nieuwbouw. Ook tweedehands modules winnen aan populariteit, al stijgen ook daar de vraagprijzen. Zolang de datacenters de fabrieken volledig vullen, blijft de druk op de markt bestaan. De beschikbare cijfers wijzen niet op een snelle daling in de komende maanden. Bouwers houden dus beter rekening met hoge prijzen tot ver in 2027. Wie geen haast heeft, wacht het beste rustig een gunstiger moment af. De markt herstelt zich uiteindelijk, maar dat duurt voorlopig nog wel even. Een verstandige aankoop vraagt vandaag vooral om nuchtere keuzes en realistische verwachtingen.