AI-bedrijven kapen duizenden elektriciens en timmerlieden weg bij andere bouwprojecten. Ze steken veel geld in het opleiden en werven van vaklieden. Die mensen bouwen de datacenters waarop hun AI-modellen draaien. De New York Times spreekt van een bouwgolf zonder precedent in de Amerikaanse geschiedenis. Bedrijven met vrijwel onbeperkte middelen jagen op capaciteit voor hun snelgroeiende AI-diensten. De vraag naar rekenkracht groeit hard, en dus moeten er snel gebouwen bij.
De bouw van datacenters vult intussen een gat dat andere sectoren laten vallen. Kantoorbouw herstelde nooit van de pandemie en ligt al jaren op een laag niveau. De woningbouw kreunt onder de hoge rente. Windparken op zee sneuvelden door politieke tegenstand. Beleggers en bouwers volgen het geld, en dat geld gaat nu naar rekenkracht. Zonder de datacenterhausse zou de Amerikaanse bouw er dus veel somberder voor staan. Toch heeft die verschuiving een prijs voor de rest van de sector.
De concurrentie om personeel begint namelijk zwaar te wegen. Ook grond en materialen worden schaars. Mario Iacobacci leidt de bouw- en infrastructuurpraktijk bij Oxford Economics. Volgens hem zijn de middelen simpelweg beperkt. Wie het ene project bouwt, haalt daarmee mensen en spullen weg bij het andere. De keuze voor een datacenter betekent in de praktijk uitstel voor een ander project. Andere opdrachtgevers merken dat direct in hun planning en hun begroting.
Ontwikkelaars betalen daarom een flinke premie voor vakmensen. Dat geldt vooral op het platteland, waar de meeste datacenters verrijzen. In dunbevolkte gebieden is het aanbod aan vaklieden namelijk klein. Vacaturesite Indeed analyseerde de beloning in de sector. Uurbanen in installatie en onderhoud bij datacenters betalen 42 procent meer dan vergelijkbaar werk elders. Voor lokale aannemers is dat bedrag nauwelijks te matchen. Dat verschil trekt monteurs en elektriciens uit andere delen van de arbeidsmarkt.
Achter die hoge lonen zit een biedstrijd. In regio’s met veel datacenterbouw, zoals Dallas en Noord-Virginia, stappen werknemers makkelijk over. Een bonus of een hogere dagvergoeding is vaak genoeg. Aannemers kloppen daardoor steeds vaker aan bij uitzendbureaus als Aerotek. Marty Schager werkt daar aan de ontwikkeling van de datacentermarkt. Hij noemt de situatie een uiterst delicate arbeidsspanning. Veel werkzoekenden zitten volgens hem stil en wachten hun kans af. Zo’n goudkoorts komt maar één keer per generatie voorbij.
De grootste vraag gaat over de leerlingen die nu in opleiding zitten. Zij ronden hun leertijd af precies wanneer de bouwgolf zijn hoogtepunt bereikt. Leerlingen kiezen nu voor een vak op basis van de huidige drukte. Volledig opgeleide elektriciens kunnen daarna naar kerncentrales, appartementencomplexen of medicijnfabrieken. Toch haalt geen enkele sector de schaal van de huidige datacenterbouw. Jeff Strohl leidt het Center on Education and the Workforce van Georgetown University. Hij schetst het ideale scenario: een woningbouwhausse zodra datacenters uit de mode raken. Waarschijnlijk gebeurt dat niet, zegt hij er meteen achteraan.
Strohl stelt daarom twee ongemakkelijke vragen. Waar gaan al die werknemers heen als de datacenters klaar staan? En hoeveel mensen houden zo’n datacenter daarna eigenlijk draaiend? Ondertussen verdwijnt er veel grond die ook een andere bestemming had kunnen krijgen. Voor gemeenten gaat het dus om meer dan tijdelijke banen. Die rekening komt pas na de gouden jaren op tafel.