Public Knowledge eist de afsplitsing van Chrome, en dat klinkt als de ingreep waar tien jaar mededingingsdebat op uitloopt. Wij denken dat het een schijnoverwinning wordt.
Chrome is namelijk geen goudmijn, maar een distributiekanaal. De browser verdient uit zichzelf niets; hij verdient doordat hij mensen naar de zoekmachine van Google leidt. Kijk naar Safari. Apple bouwt een eigen browser op een eigen engine, is financieel volstrekt onafhankelijk van Google en heeft alle reden om zich van zijn grootste concurrent te distantiëren — en incasseert desondanks jaarlijks miljarden om Google’s zoekmachine als standaard aan te bieden. Onafhankelijkheid bleek daar geen rem, maar een onderhandelingspositie. Firefox doet hetzelfde uit pure noodzaak. Zet je Chrome los, dan staat er een bedrijf met honderden miljoenen gebruikers en nul verdienmodel, met precies één partij die daar graag voor betaalt. Dat contract is binnen een jaar getekend, alleen op eigen briefpapier.
Daar staat een serieus tegenargument tegenover. Google beheert via Chromium de motor onder vrijwel elke concurrerende browser, en dat is werkelijke macht over hoe het web zich ontwikkelt — macht die niemand heeft gekozen en die met geen enkel gedragsverbod verdwijnt. Wie die zeggenschap wil verdelen, heeft aan een boete inderdaad niets.
Maar structuur zonder ingreep in de geldstroom blijft symboliek. Wie Google’s greep echt wil breken, moet niet de browser weghalen maar het betalen voor standaardposities verbieden — bij Chrome én bij Apple. Doet het hof alleen het eerste, dan kijken we over vijf jaar naar exact dezelfde markt, met één extra logo erin.