Dat uitgerekend Texas — de staat van deregulering en ‘drill, baby, drill’ — nieuwe datacenters van het net weert, zegt meer dan duizend duurzaamheidsrapporten. Het moratorium dat gouverneur Abbott op 3 augustus aankondigde is geen ideologische stunt, maar een rekensom die eindelijk hardop wordt gemaakt: een elektriciteitsnet dat bij elke hittegolf al kraakt, kan niet tegelijk de AI-ambities van een handvol bedrijven dragen.
De kern van het probleem is dat de kosten en de baten bij verschillende partijen liggen. Datacenters bedingen jarenlange stroomcontracten en belastingkortingen; de verzwaring van het net belandt op de rekening van huishoudens en kleine ondernemers. Dat is geen vrije markt, dat is subsidie met een ander etiket.
Een moratorium is een bot instrument. Het treft ook de exploitant die zijn eigen opwek meebrengt, en het jaagt investeringen richting staten met een vuilere energiemix — daarmee verplaatst het probleem zich alleen maar. Toch blijkt de deur dichtgooien de enige manier om een gesprek af te dwingen dat via vrijwillige afspraken nooit is gevoerd. Nederland kent hetzelfde beeld: netcongestie, wachtlijsten van jaren, gemeenten die hun grond stilzwijgend verkochten.
Toegang tot het stroomnet hoort een politieke keuze te zijn, geen kwestie van wie het eerst komt. Wie stroom claimt, moet aantonen wat de samenleving eraan overhoudt. Zelfs Texas snapt dat inmiddels — Den Haag doet nog altijd alsof het een technisch probleem is, en schuift de rekening ondertussen door naar de burger.