China bouwde voor het eerst sinds 2018 weer de snelste supercomputer ter wereld. Het systeem heet LineShine en verstootte het Amerikaanse El Capitan van de eerste plaats. Die plek staat bovenaan de TOP500-ranglijst, de lijst van krachtigste supercomputers. De prestatie valt op door de strenge Amerikaanse exportregels. Washington beperkt al jaren de verkoop van geavanceerde AI-chips, bijvoorbeeld van NVIDIA, naar China.
China ontwikkelde daarom een eigen alternatief. LineShine gebruikt namelijk geen grafische processors, terwijl die normaal de basis vormen van moderne supercomputers. Het systeem draait op ongeveer 45.000 LX2-processors. Elke processor bevat 304 rekenkernen met een kloksnelheid van 1,55 GHz. Een snel netwerk genaamd LingQi verbindt alle processors met elkaar. Met meer dan 2.000 exaflops doorbreekt LineShine als eerste deze grens. Daarmee rekent het systeem ongeveer 20 procent sneller dan El Capitan.
De Chinese machine kent wel een duidelijk nadeel op het gebied van energie. LineShine vraagt een vermogen van 42,2 megawatt, tegenover 29,7 megawatt voor El Capitan. China wint dus de prestatierace, maar de Amerikaanse concurrent blijft een stuk efficiënter. Toch betekent de nieuwe nummer één meer dan alleen een technologische mijlpaal.
De doorbraak vormt ook een sterk geopolitiek signaal richting de Verenigde Staten. Ondanks handelsbeperkingen en strenge exportcontroles bereikte China dit indrukwekkende resultaat. Het land toont zo aan dat het de eigen technologische ontwikkeling stevig doorzet. Daarmee zet China opnieuw de krachtigste supercomputer ter wereld neer.