Smartphones worden dit jaar flink duurder door een wereldwijde geheugencrisis. Onderzoeksbureau CCS Insight verwacht dat de markt met 15 procent krimpt. Sommige instapmodellen kostten al meer dan 50 procent extra ten opzichte van vorig jaar. De prijzen blijven de komende maanden naar verwachting verder stijgen.
De oorzaak ligt bij de enorme vraag naar kunstmatige intelligentie. Bedrijven willen krachtige servers met veel GPU’s om AI-toepassingen te draaien. Chipfabrikanten richten zich daarom op dure geheugenchips voor die servers. Het gewone DRAM- en NAND-geheugen voor pc’s en telefoons krijgt minder aandacht. Door deze keuze ontstaat er schaarste en lopen de prijzen op.
De cijfers worden steeds somberder. In het eerste kwartaal kromp de markt voor nieuwe toestellen al met 4,4 procent. Winkels legden eerder voorraden aan, maar dat hielp nauwelijks. In januari rekenden analisten nog op een prijsstijging van 6 tot 8 procent. In februari ging men al uit van een daling van ongeveer 8 procent in verkopen. De werkelijke situatie blijkt nu nog ongunstiger uit te pakken.
Volgens analist Ben Hatton van CCS vormt geheugen een steeds groter deel van de kostprijs. In sommige telefoons gaat het om meer dan 30 procent van de materiaalkosten. Hatton verwacht geen snelle verbetering van de crisis. Veel regio’s voelen de gevolgen nog niet volledig. Toch lijkt het zeker dat de prijzen verder oplopen. Zowel fabrikanten als consumenten merken de druk steeds duidelijker.