De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) ontving drie meldingen over stiekem filmen met een camerabril. De privacywaakhond bevestigt dat tegenover RTL Nieuws. Volgens een woordvoerder raakt de kwestie een fundamenteel recht. “We moeten vrij over straat kunnen gaan zonder angst dat we stiekem worden gefilmd”, zegt de zegsman. Zulke brillen maken het mogelijk om mensen in de openbare ruimte te bespieden. Ook het gevoel bespied te worden telt mee, benadrukt de toezichthouder. De AP zegt de maatschappelijke ophef over camerabrillen daarom goed te begrijpen.
Ook in Den Haag groeit de onrust. Het CDA vroeg het kabinet deze week om onderzoek naar een verbod op camerabrillen in de openbare ruimte. D66 steunt die oproep. Kamerlid Sarah El Boujdaini vindt dat mensen moeten weten wanneer een camera meekijkt. “Het moet in het openbaar duidelijk zijn wanneer je wordt gefilmd”, zegt zij tegen RTL Nieuws. Volgens haar mag niemand ongemerkt worden opgenomen met een Meta-bril. Onduidelijk blijft namelijk wat er daarna met die beelden gebeurt. Een politiek meerderheid voor een verbod is er voorlopig niet.
Juridisch ligt de zaak genuanceerder dan veel mensen denken. De AP legt op de eigen website uit dat filmen niet automatisch verboden is. Mensen mogen beelden maken voor eigen, persoonlijk gebruik. De privacywet geldt in dat geval niet. Die situatie verandert zodra iemand de beelden publiceert. Een filmpje op social media valt wel degelijk onder de regels. De verantwoordelijkheid verschuift daarmee naar het moment van delen, niet naar het moment van opnemen. Precies dat onderscheid maakt handhaving in de praktijk lastig. Een toezichthouder ziet immers zelden wie wat opneemt.
De discussie speelt inmiddels wereldwijd. De Franse toezichthouder CNIL waarschuwde eind juni al voor de risico’s van deze brillen. In Duitsland gaat de Hamburgse commissaris voor gegevensbescherming Thomas Fuchs een stap verder. Zijn bureau concludeerde dat de AI-bril een camera is, vermomd als alledaags voorwerp. Duitsland staat zulke verborgen opnameapparaten niet toe. Fuchs wil Meta daarom een boete opleggen. Het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB) publiceert deze zomer een eigen rapport over slimme brillen. Die uitkomst weegt zwaar voor de Europese lijn.
Buiten Europa nemen toezichthouders eveneens stelling. De Australische minister van Justitie Michelle Rowland vroeg privacywaakhond OAIC om prioriteit voor camerabrillen. Zij wijst op de privacygevolgen en op de kans op misbruik. Australië sluit daarmee aan bij de Europese zorgen. Tegelijk bereiken de brillen een steeds breder publiek. Bekende influencers promoten het model van Meta openlijk als modeaccessoire. Critici zien juist een vorm van surveillance die zich achter fraai design verstopt. Die dubbelrol maakt het maatschappelijke debat extra fel.
Lezers stellen vooral praktische vragen. Hoe bescherm je jezelf tegen een camerabril? En hoe zit het met de camera’s op auto’s van Tesla? Filmen voor eigen gebruik mag, maar niemand controleert wat daarna met het materiaal gebeurt. Particulieren mogen hun eigen bewakingscamera nauwelijks op de openbare weg richten. Die ongelijkheid voelt voor veel mensen onlogisch. Daarnaast spelen portretrecht, smaad en laster mee zodra iemand gericht personen filmt. Wie zich herkent in een gepubliceerd filmpje, kan verwijdering eisen.
Voorlopig blijft een verbod ver weg. Het kabinet moet eerst het gevraagde onderzoek uitvoeren. De AP kan intussen alleen optreden na een concrete melding. Drie meldingen zijn weinig, maar de toezichthouder ziet ze als duidelijk signaal. Fabrikanten wijzen op het lampje dat een opname aankondigt. Voorbijgangers merken zo’n klein lichtje op straat echter zelden op. Tot de Europese regels scherper worden, blijft de kernvraag onbeantwoord: wie ziet het als een bril meekijkt?