Na 49 jaar door de ruimte reizen, raakt Voyager 1 bijna zonder stroom. Het ruimtevaartuig gebruikt een nucleaire generator die plutonium omzet in elektriciteit. Die generator verliest elk jaar ongeveer 4 watt aan vermogen. Dat klinkt weinig, maar na vijf decennia is het een serieus probleem.
In februari daalde het stroomniveau plotseling tijdens een routinemanoeuvre. Het systeem stond op het punt zichzelf automatisch uit te schakelen. Om dat te voorkomen, grepen ingenieurs van NASA in. Op 17 april stuurden zij een commando naar Voyager 1. Dat commando schakelde het LECP-instrument uit. Dit instrument mat ionen, elektronen en kosmische straling vanuit ons zonnestelsel en daarbuiten. Met deze ingreep wint het team naar schatting nog ongeveer een jaar extra tijd.
Voyager 1 heeft nu nog twee werkende wetenschappelijke instrumenten aan boord. Eén meet plasmagolven en één meet magnetische velden. Ondertussen werken ingenieurs aan een groter plan dat ze ’the Big Bang’ noemen. Dit plan schakelt meerdere oudere systemen tegelijk om naar zuinigere alternatieven. NASA test dit plan eerst op Voyager 2 in mei en juni 2026. Als die test slaagt, voeren ze hetzelfde uit op Voyager 1. Er is zelfs een kleine kans dat het LECP-instrument daarna opnieuw werkt.
Het doel van NASA is om op elk ruimtevaartuig minstens één instrument operationeel te houden tot in de jaren 2030. Voyager 1 bevindt zich nu op ongeveer 24 miljard kilometer van de aarde. Een radiosignaal doet er 23 uur over om daar te komen. Beide sondes bevinden zich verder van de aarde dan welk ander door mensen gemaakt object ook.