Een federale rechter in Mississippi verbood woensdag het massaal uitlezen van zendmasten door opsporingsdiensten. Bij zo’n ’tower dump’ leveren telecomproviders de gegevens van álle telefoons die binnen een bepaald tijdvak met een mast verbonden waren. De politie ziet daarmee in één keer de locatie en het tijdstip van duizenden toestellen. Rechter Carlton Reeves noemt die werkwijze een onredelijke doorzoeking en liet een eerdere afwijzing in stand.
De aanvragen kwamen voort uit onderzoeken naar bendegeweld rond de stad Jackson. Opsporingsdiensten wilden alle mogelijke betrokkenen in beeld krijgen, vooral bij incidenten zonder bekende verdachte. Een magistraatrechter zag daarin een verboden ‘general warrant’: een bevel zonder duidelijke afbakening. De districtsrechter volgde die redenering in een uitspraak van dertig pagina’s. Volgens Reeves levert de methode inderdaad verdachten op. Tegelijk krijgt de overheid toegang tot de gegevens van talloze onschuldige voorbijgangers. Die mensen bevonden zich simpelweg op het verkeerde moment op die plek, schrijft de rechter. Dat botst met het Vierde Amendement, dat Amerikanen beschermt tegen willekeurige doorzoekingen.
Reeves verwijst meermaals naar de recente uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof in Chatrie v. United States. Daarin oordeelde een meerderheid dat ook geofence-bevelen grondwettelijke privacybescherming vereisen. Bij zo’n bevel vraagt de politie techbedrijven welke telefoons zich in een bepaald gebied bevonden. De redenering loopt in beide zaken gelijk. Justitie doorzoekt eerst een hele groep onbekende burgers en zoekt pas daarna naar een verdachte. Precies die omgekeerde volgorde wijzen de rechters af.
De uitspraak raakt een opsporingsmethode die Amerikaanse diensten al jaren op grote schaal gebruiken. Betrokken burgers merken doorgaans niets van zo’n bevraging, omdat de provider de gegevens rechtstreeks aan justitie levert. Een uitspraak van een districtsrechtbank bindt andere rechtbanken formeel niet. Toch weegt zo’n gemotiveerd oordeel mee in vergelijkbare zaken elders in het land. Privacyorganisaties dringen al langer aan op strengere eisen voor digitale opsporingsbevelen. Zij wijzen erop dat locatiegegevens veel prijsgeven over iemands leven, van werkplek tot medisch bezoek. De uitspraak versterkt de lijn dat digitale sleepnetten dezelfde grondwettelijke toets moeten doorstaan als een klassieke huiszoeking.