AI

Bijna helft verzwijgt AI-gebruik op het werk

3 augustus 2026 05:42 ⏱ 5 minuten leestijd Bron: thenextweb.com
AI-gebruik verzwijgen Bijna helft verzwijgt AI-gebruik op het werk

Bijna de helft van de werkenden verzwijgt AI-gebruik op het werk. Dat blijkt uit een nieuw onderzoek van het platform Use.AI. De onderzoekers ondervroegen 7.200 volwassenen in de Verenigde Staten, Europa, het Verenigd Koninkrijk en Latijns-Amerika. De uitkomsten verschenen op 30 juli. Zesenveertig procent van de deelnemers zou niet vertellen dat AI meeschreef aan werk onder hun eigen naam. Tegelijk vindt 54 procent dat anderen dat juist wél moeten melden. Die tegenstelling vormt de kern van het onderzoek. Mensen leggen anderen dus een norm op die ze zelf naast zich neerleggen. Onderzoekers zien dit patroon al maanden terugkeren in vergelijkbare studies. De opvattingen over AI-auteurschap verschuiven sneller dan werkgevers hun regels kunnen aanpassen. Veel bedrijven legden nog helemaal geen afspraken vast. Daardoor bepaalt iedere medewerker in de praktijk zelf wat eerlijk voelt. Die vrijheid klinkt prettig, maar zorgt vooral voor onzekerheid.

Het onderzoek keek ook naar eigenaarschap. Wanneer mag je AI-werk je eigen werk noemen? Negenenzestig procent vindt van wel, als zij de instructies gaven en het eindresultaat goedkeurden. Vierenzeventig procent claimt het auteurschap na het herschrijven van AI-materiaal. Eenenzeventig procent vindt verantwoordelijkheid nemen voor de juistheid al voldoende. Die cijfers tekenen een duidelijke lijn. Mensen beschouwen sturing, selectie en controle als de echte creatieve daad. Het letterlijk typen van de zinnen weegt in hun ogen minder zwaar. Die opvatting sluit aan bij hoe redacteuren, architecten en regisseurs naar hun vak kijken. Zij bedenken en beoordelen, maar voeren zelden alles zelf uit. Toch botst die redenering met de verwachting dat AI-gebruik zichtbaar hoort te zijn. Wie zichzelf auteur noemt, ziet immers weinig reden om iets te melden. Precies daar ontstaat de spanning die het onderzoek blootlegt.

Bij de cijfers past wel een stevige kanttekening. Use.AI verkoopt een platform dat meerdere AI-modellen samenbrengt in één interface. Het bedrijf heeft dus commercieel belang bij het normaliseren van AI-gebruik. Directeur Ihor Herasymov noemt de uitkomsten bewijs dat mensen zichzelf al als auteur zien wanneer zij AI aansturen. Het persbericht vermeldt echter niet hoe de onderzoekers hun deelnemers selecteerden. Ook de foutmarge ontbreekt volledig. Zonder die gegevens blijft onduidelijk hoe representatief de resultaten werkelijk zijn. Lezers lezen de percentages daarom beter als richting dan als exacte meting. De algemene tendens krijgt gelukkig steun uit onafhankelijk onderzoek. Meerdere studies van andere partijen wijzen dezelfde kant op. Samen schetsen zij een consistent beeld van zwijgzame werknemers.

Atlassian onderzocht hoe collega’s naar openheid kijken. Werknemers die hun AI-gebruik melden, gelden bij collega’s als tien keer luier. Die uitkomst verklaart veel van het zwijgen op kantoor. Openheid kost je reputatie, terwijl stilte niets lijkt te kosten. Een analyse van Harvard Business Review uit juni bevestigt dat beeld. Werknemers verbergen AI vooral uit angst voor gevolgen voor hun loopbaan. Zij kennen de normen rond openheid dus prima. Ze wegen het persoonlijke risico simpelweg zwaarder. Een aparte enquête van ResumeBuilder telde bijna 63 procent werknemers die hun manager nooit over AI vertelden. De helft van de Gen Z-werknemers voelt zich bovendien schuldig over AI-gebruik. Ondertussen waarderen werkgevers AI-vaardigheden steeds vaker hoger dan een universitair diploma. Die boodschap komt dubbel over. Bedrijven vragen om AI-kennis, maar rekenen zichtbaar gebruik zwaar aan. De kloof tussen privégedrag en publieke verwachting loopt door alle leeftijden en landen heen.

De timing van het onderzoek valt op. De transparantieregels van de Europese AI-verordening gingen op 2 augustus in. Bedrijven moeten AI-content voortaan labelen als die voor echt kan doorgaan. Overtreders riskeren een boete tot drie procent van hun wereldwijde omzet. De regels richten zich op deepfakes en synthetische media. Gewone werkdocumenten vallen er voorlopig buiten. Toch geeft de wetgever een duidelijk signaal af. Verplichte openheid over AI wint terrein in Europa. Die beweging kan op termijn ook kantoren, redacties en adviesbureaus bereiken. Organisaties doen er verstandig aan nu al beleid op te stellen. Heldere afspraken nemen bovendien de angst weg die het zwijgen voedt. Wie weet wat mag, hoeft niets te verbergen.

Voor organisaties heeft het zwijgen praktische gevolgen. Managers weten niet meer hoe teksten, analyses en code tot stand komen. Daardoor kunnen zij fouten in AI-output moeilijk opsporen. Ook de beoordeling van prestaties wordt lastiger. Wie schreef het rapport dat zo goed scoorde? Bedrijven verliezen zo het zicht op hun eigen werkprocessen. Tegelijk groeit het risico op onnauwkeurige informatie in officiële stukken. Het onderzoek biedt hier wel een aanknopingspunt. Zeven op de tien deelnemers accepteren verantwoordelijkheid voor de juistheid van AI-werk. Die bereidheid vormt een bruikbare basis voor nieuwe afspraken.

Voorlopig blijft de kloof tussen overtuiging en gedrag groot. Vrijwel iedereen vindt dat AI-gebruik openbaar hoort te zijn. Alleen geldt die regel bij voorkeur voor de ander. Werkplekken leveren nog geen richtlijnen die helder genoeg zijn. Zolang collega’s openheid afstraffen, kiezen medewerkers logischerwijs voor stilte. Werkgevers kunnen dat patroon doorbreken met concrete afspraken. Zij moeten daarbij vooral uitdragen dat AI-gebruik geen luiheid betekent. Pas dan wordt melden een normale handeling in plaats van een bekentenis. Het onderzoek laat vooral zien hoe jong deze discussie nog is. De techniek verspreidt zich sneller dan de omgangsvormen eromheen. Bedrijven die nu duidelijkheid scheppen, voorkomen later pijnlijke conflicten.

Meer over AI