De Amerikaanse mediawaakhond FCC baant de weg voor grotere tv-netwerken. Op 6 augustus stemmen de commissarissen over het schrappen van Section 303 uit de Communications Act. Deze wet begrenst nu hoeveel kijkers één tv-groep landelijk mag bereiken. De grens ligt op 39 procent van de totale Amerikaanse markt. Verdwijnt deze regel, dan mogen grote tv-netwerken flink uitbreiden en meer lokale stations overnemen.
In plaats van een vaste grens beoordeelt de FCC straks elke overname apart. De toezichthouder bekijkt dan per geval of een deal is toegestaan. Toch is onzeker of de FCC dit zelf mag beslissen. Rechtsgeleerde Lawrence Spiwak schreef eerder dat een ander onderdeel van dezelfde wet dit verbiedt. Alleen het Congres zou de regel mogen wijzigen, stelde hij in het Yale Journal on Regulation.
FCC-voorzitter Brendan Carr verdedigt het plan met een beroep op vertrouwen in de media. In een opiniestuk op Breitbart schrijft hij dat Amerikanen de landelijke media niet meer vertrouwen. Slechts acht procent van de Amerikanen heeft veel vertrouwen in de massamedia. Onder Republikeinen ligt dat percentage nog lager, op drie procent. Volgens Carr worden lokale tv-zenders hierdoor uitgehold, omdat ze vooral programma’s uit New York en Hollywood uitzenden.
Critici zien het anders. Grote spelers als Sinclair en Nexstar bereiken nu al ongeveer zeventig procent van alle Amerikaanse huishoudens. Zij vrezen dat afschaffing van de grens juist tot meer mediaconcentratie leidt, in plaats van tot meer diversiteit in lokaal nieuws.