Groot-Brittannië krijgt binnenkort een nieuwe premier. Andy Burnham neemt aankomende maandag het roer over van zijn partij. Zijn woordvoerder maakte bekend dat hij de omstreden plannen voor een digitale ID-plicht schrapt. Het geld en de mensen die voor dit project waren ingezet, gaan voortaan naar andere doelen. Burnham wil deze middelen vooral inzetten voor de aanpak van de stijgende kosten van levensonderhoud. Dat meldt persbureau Reuters op basis van een verklaring van zijn team. Het nieuws komt kort voor zijn officiële aantreden en toont meteen een duidelijke koerswijziging. Veel waarnemers noemen het een van zijn eerste grote beleidsdaden. Binnen de partij verwachtten sommigen deze stap al langer, maar de timing verraste toch veel mensen. Andy Burnham geldt bovendien als een politicus met een sterk gevoel voor publieke opinie.
Het digitale ID-plan lag al langere tijd onder vuur bij critici. Een parlementaire commissie met leden van verschillende partijen noemde het project eerder een “fiasco”. Deze commissie controleert regeringsplannen onafhankelijk van politieke kleur. Haar kritiek gaf destijds een duidelijk signaal af aan de vorige regering. Toch ging de ontwikkeling van het systeem gewoon door, ondanks die negatieve beoordeling. Ambtenaren werkten maandenlang verder aan technische voorbereidingen en aanbestedingen. Burnham trekt nu de stekker eruit zodra hij officieel premier wordt. Daarmee komt aan jarenlange discussie over het plan abrupt een einde. Binnen zijn partij klonken al langer twijfels over nut en noodzaak van het systeem. Sommige parlementsleden vroegen zich openlijk af of zo’n systeem wel bij de Britse cultuur paste. Een verplichte digitale identiteit voelde voor velen als een vreemd element binnen de traditie van het land.
De kosten van het project waren behoorlijk fors voor de schatkist. De Office for Budget Responsibility, de onafhankelijke begrotingswaakhond van het land, berekende de verwachte uitgaven in november. Volgens deze schatting zou het digitale ID-systeem ongeveer 1,8 miljard pond kosten. Dat komt neer op zo’n 2,4 miljard dollar aan uitgaven. Dit bedrag gold voor de periode tussen de financiële jaren 2026/27 en 2028/29. Zulke hoge kosten wogen zwaar mee in de uiteindelijke beslissing om te stoppen. Politici uit meerdere partijen vroegen zich af of dit geld niet elders nuttiger besteed kon worden. Voor veel Britten voelde het bedrag disproportioneel ten opzichte van de beloofde voordelen. Belastingbetalers zagen het project steeds vaker als een symbool van verspilling. Ook onafhankelijke experts twijfelden aan de haalbaarheid van de oorspronkelijke planning en begroting. Zij waarschuwden al vroeg dat de uiteindelijke rekening waarschijnlijk nog verder zou oplopen.
Een woordvoerder van Burnham legde de keuze helder en direct uit. “Alle tijd en middelen die naar een nationaal ID-systeem zouden gaan, komen nu ergens anders terecht”, aldus de woordvoerder. Deze middelen gaan voortaan naar plekken waar ze het hardst nodig zijn. Burnham noemt specifiek hulp bij de stijgende kosten van levensonderhoud. Veel Britse huishoudens kampen al langere tijd met hoge energie- en boodschappenprijzen. Deze koerswijziging sluit dus goed aan bij de directe zorgen van veel kiezers. Politieke waarnemers zien hierin een bewuste poging om vertrouwen terug te winnen. De timing van de aankondiging lijkt bovendien zorgvuldig gekozen, vlak voor zijn aantreden. Zo begint Burnham zijn premierschap meteen met een tastbare, herkenbare belofte aan kiezers.
Het besluit past bovendien bij een breder patroon binnen de Britse overheid. Grote IT-projecten van de staat lopen namelijk vaker volledig uit de hand. Kosten stijgen, deadlines schuiven telkens op en het draagvlak brokkelt langzaam af. Digitale ID-systemen roepen daarnaast vaak stevige weerstand op bij gewone burgers. Mensen maken zich al jaren zorgen over privacy en dataveiligheid. Ook de vrees voor misbruik van persoonsgegevens speelt daarbij een grote rol. Door het project nu te schrappen, vermijdt Burnham deze hele discussie voorlopig helemaal. Dat scheelt hem politieke hoofdpijn vlak na zijn aantreden als premier. Tegelijk voorkomt hij verdere imagoschade voor een toch al impopulair plan. Analisten wijzen erop dat vergelijkbare projecten in andere landen vaak jaren vertraging oplopen. Grootschalige overheids-IT blijkt telkens opnieuw een lastig terrein, ook buiten Groot-Brittannië.
De aankondiging betekent overigens niet automatisch het einde van alle plannen rond digitale identiteit. Toekomstige regeringen kunnen het onderwerp namelijk altijd opnieuw agenderen. Voorlopig verdwijnt het thema echter wel van de actuele politieke agenda. Burnham kiest daarmee duidelijk voor zichtbare en directe steun aan burgers. Die keuze moet zijn regering vanaf het allereerste begin populariteit opleveren. Critici van het oude plan reageerden dan ook overwegend positief op het nieuws. Voorstanders van digitale identificatie betreuren juist het verlies van jarenlange investeringen. Zij wijzen erop dat andere landen inmiddels wel succesvolle systemen gebruiken. Die discussie zal ongetwijfeld terugkeren, zodra de economische situatie in het land verbetert. Voor nu overheerst echter opluchting bij tegenstanders van het oorspronkelijke, dure plan.
Het is nu vooral afwachten hoe Burnham de vrijgekomen middelen concreet gaat inzetten. Zijn team sprak alleen in algemene termen over de kosten van levensonderhoud. Concrete maatregelen of exacte bedragen zijn tot nu toe nog niet bekendgemaakt. Experts verwachten dat er eerst een grondige evaluatie van de begroting volgt. De komende weken moeten meer duidelijkheid geven over zijn precieze plannen. Tot die tijd blijft het schrappen van het ID-project vooral een symbolisch gebaar. Toch stuurt het een helder signaal naar zowel kiezers als critici binnen de partij. Burnham lijkt zijn premierschap te willen beginnen met een zichtbaar breekpunt. Zo maakt hij meteen duidelijk welke koers hij voor ogen heeft. Burgers en journalisten zullen de komende maanden kritisch volgen of die belofte ook echt waargemaakt wordt.