Apple presenteert de M6, de nieuwste chip voor de Mac. Deze chip krijgt een functie die eerder alleen in duurdere chips zat. Apple laat de M6 debuteren in de nieuwe Mac mini. Daarmee zet het bedrijf een opvallende stap. Tot nu toe bewaarde Apple deze techniek voor topmodellen zoals de M5 Pro en de M5 Max. De instapchip krijgt nu dezelfde opbouw van rekenkernen. Voor gebruikers betekent dat een flinke sprong vooruit. De instapper krijgt techniek uit de hoogste klasse. Ryan Christoffel beschrijft op 9to5Mac waarom deze jaarlijkse update zo interessant uitpakt. Apple kondigde deze week ook de M5 Ultra aan. Beide chips tonen hoe snel Apple silicon zich blijft ontwikkelen.
De twee nieuwe chips vernieuwen elk op hun eigen manier. De M5 Ultra gebruikt als eerste Apple-chip een architectuur met vier dies. Apple plakt daarmee vier chipdelen aan elkaar tot een geheel. De M6 zet een andere mijlpaal neer. Het is de eerste chip van Apple op 2 nanometer. Een kleiner productieproces levert doorgaans meer snelheid en minder stroomverbruik op. Apple perst zo meer transistors in dezelfde ruimte. Toch valt vooral de opbouw van de processorkernen op. Juist daar haalt de M6 een voordeel binnen dat eerder bij de duurdere modellen hoorde.
De M6 telt in totaal twaalf processorkernen. Apple verdeelt die kernen over drie soorten. De chip krijgt twee zogeheten super cores, vier performance cores en zes efficiency cores. Elke soort vervult een eigen rol. De super cores nemen de zwaarste taken voor hun rekening. De performance cores zorgen voor een balans tussen snelheid en zuinigheid. De efficiency cores draaien lichte taken op de achtergrond en sparen zo de accu. Samen verdelen ze het werk slimmer dan bij eerdere instapchips. Het systeem stuurt zware klussen naar de sterkste kernen. Lichte klussen blijven bij de zuinige kernen liggen. Die verdeling helpt bij montage van video, bij ontwikkelwerk en bij zware rekentaken.
Om die stap te begrijpen, helpt een blik op de geschiedenis. Apple gebruikte jarenlang maar twee soorten kernen: performance cores en efficiency cores. Eerder dit jaar veranderde het bedrijf die aanpak met de M5 Pro en de M5 Max. Apple hernoemde de oude performance cores naar super cores. Vervolgens introduceerde het bedrijf een compleet nieuw type kern. Die nieuwe kern kreeg de naam performance core. De namen lijken daardoor op elkaar, wat verwarring oproept. Lezers verwarren de oude en de nieuwe performance cores dan ook makkelijk. Toch verandert er meer dan alleen een etiket. Apple voegde met dat derde kerntype echt een nieuwe laag toe aan de architectuur.
Chance Miller van 9to5Mac legt het onderscheid helder uit. De super cores vormen de krachtigste kernen van Apple. Het bedrijf noemde die kernen vroeger performance cores en veranderde de naam pas bij de introductie van het nieuwe type. De nieuwe performance cores vullen nu de middenklasse in de architectuur. Ze combineren een zuinig verbruik met sterke prestaties bij taken die meerdere kernen tegelijk gebruiken. Precies dat kerntype debuteerde bij de M5 Pro en de M5 Max.
Tot deze week konden kopers die combinatie alleen bij de duurste chips krijgen. Alleen de M5 Pro en de M5 Max bundelden super cores en performance cores in een enkele chip. Wie een instapmodel koos, kreeg slechts twee soorten kernen. Die grens verdwijnt nu. Zowel de M5 Ultra als de gewone M6 biedt de twee sterkste kerntypen van Apple. Gebruikers van een basischip krijgen daardoor voor het eerst alle drie de varianten: super, performance en efficiency. Apple schuift die techniek dus in een jaar tijd door naar het hele assortiment.
Die verschuiving maakt de M6 tot een bijzonder aantrekkelijke opvolger. Apple brengt een technologie die eerst bij dure werkstations hoorde naar een breder publiek. De nieuwe Mac mini profiteert daar als eerste van. Kopers krijgen zo meer rekenkracht zonder direct naar een Pro- of Max-model te grijpen. De combinatie van 2 nanometer en drie kerntypen belooft een merkbare winst ten opzichte van de M5. Apple laat daarmee zien dat het de instapchips serieus blijft verbeteren. Het bedrijf houdt zo het verschil met de duurdere modellen klein. Voor veel kopers wordt de keuze daardoor eenvoudiger. Wie geen extreme prestaties nodig heeft, komt met de M6 al ver. Apple begint de nieuwe generatie in elk geval bij de Mac mini.