De techsector steekt een biljoen dollar in AI, en klanten betalen daar steeds meer voor mee. Techbedrijven besteedden dat bedrag het afgelopen jaar aan hun eigen technologie. Analistenbureau Gartner verwacht dit jaar bovendien een groei van 34,7 procent. John-David Lovelock, Distinguished VP Analyst bij Gartner, vertelde dat aan The Register. Zakelijke afnemers merken die uitgaven direct in hun portemonnee. Leveranciers rekenen namelijk hogere prijzen voor software en hardware. Zo belandt de rekening van de AI-golf bij de gebruikers. Bedrijven kunnen die technologie ondertussen nauwelijks nog links laten liggen. De cijfers laten zien dat de AI-hausse allang geen puur technisch verhaal meer is. Het is vooral een financieel verhaal geworden, met gevolgen voor elk IT-budget.
De uitgaven stuwen de wereldwijde technologiemarkt naar een historisch niveau. Gartner verhoogde zijn raming voor 2026 naar 6,37 biljoen dollar. Dat komt neer op een groei van 14,2 procent in een jaar. In april hield het bureau nog 6,31 biljoen dollar aan. In februari lag die schatting zelfs op 6,15 biljoen dollar. Gartner past zijn cijfers dus telkens naar boven aan. Elke nieuwe prognose van dit jaar viel hoger uit dan de vorige. Die opeenvolgende bijstellingen tonen hoe hard de AI-uitgaven oplopen. Lovelock ziet de groei bovendien verder versnellen.
Toch groeit niet elk onderdeel van de markt even snel. Lovelock beschrijft een markt die op drie snelheden beweegt. Apparaten gaan er dit jaar 9,8 procent op vooruit. Die categorie omvat zowel consumentenaankopen als zakelijke laptops. Een flink deel van die stijging komt echter door hogere prijzen. Geheugenchips en processors worden namelijk duurder. Klanten kopen dus niet per se meer spullen, ze betalen simpelweg meer. Diensten groeien met 5,3 procent een stuk rustiger. Telecom sluit de rij met 4,4 procent. Die driedeling maakt duidelijk waar het geld naartoe stroomt: de hardwarekant profiteert het meest.
In de cloud gaat het aanzienlijk harder. Infrastructure as a service groeit dit jaar met 29,3 procent. Dat segment bereikt daarmee een omvang van 287 miljard dollar. In 2025 lag de groei nog op 25,3 procent. Techbedrijven jagen die versnelling aan door hun datacenters vol te bouwen. Ze creëren zo capaciteit voor de verwachte AI-hausse. Gartner telt daarbij alleen de apparatuur mee. De gebouwen en hun koelsystemen vallen buiten deze cijfers. De werkelijke investering ligt dus nog een stuk hoger. Datacenters vormen zo het fysieke hart van de AI-belofte. Zonder die capaciteit kunnen aanbieders hun nieuwe AI-diensten simpelweg niet leveren.
Lovelock plaatst die bouwgolf in een opvallend perspectief. Hij noemt de AI-infrastructuur het grootste infrastructuurproject uit de menselijke geschiedenis. Volgens hem overtreft het project de Amerikaanse snelwegen en het Europese spoornet. Zelfs de Chinese Muur en ruimtestation ISS vallen er samen bij in het niet. Zo groot is dit project volgens hem werkelijk. Hij ziet daarin een fundamentele verschuiving. De wereld geeft niet langer geld uit aan informatietechnologie, maar aan intelligentietechnologie. Wie zijn kop in het zand steekt, ontkomt daar volgens Lovelock niet aan. Bedrijven bereiden zich zo voor op een markt die er straks anders uitziet.
Softwareleveranciers bouwen AI intussen standaard in hun producten in. Ze werken daarvoor samen met modelmakers als OpenAI en Anthropic. Die keuze drijft de prijzen voor hun klanten op. CIO’s maken zich daar volgens Lovelock grote zorgen over. Ze verzetten zich stevig tegen verhogingen bij vrijwel elke leverancier. Op één terrein boeken ze daadwerkelijk resultaat: de IT-dienstverlening. Voegt een dienstverlener daar AI toe, dan bedingen klanten juist een lagere prijs. Daar levert AI kennelijk efficiëntie op die afnemers meteen terugvragen. In de rest van de markt vangen inkopers voorlopig bot.
Of de markt deze verhogingen blijft slikken, weet niemand. Analisten vragen zich ook af of leveranciers vooral hun positie verdedigen. Google voegt bijvoorbeeld het AI-model Gemini aan zijn zoekmachine toe. Dat kan nieuwe omzet opleveren, maar het beschermt vooral de eigen dominantie. Daarnaast worstelen gebruikers met de kosten van de AI-modellen zelf. Verschillende modelbouwers stapten over van een abonnement met vast plafond naar facturering per verbruik. Klanten verliezen daardoor grip op hun uitgaven. Wie AI inzet, houdt de teller dus voortaan zelf goed in de gaten. Gartner blijft ondanks alles optimistisch over de groei van de totale markt. De echte vraag is wie de rekening uiteindelijk draagt.