Amerikaanse boeren weigeren miljoenendeals voor hun land. Techbedrijven bouwen massaal datacenters voor kunstmatige intelligentie. Ze kloppen daarvoor aan bij boerenfamilies in landelijke gebieden. Maar die deuren blijven gesloten.
De 82-jarige Ida Huddleston uit Kentucky kreeg een aanbod van ruim 33 miljoen dollar. Een onbekend Fortune 100-bedrijf wilde haar boerderij van 650 acres kopen voor een datacenter. Ze weigerde direct. ‘Je hebt niet genoeg om me uit te kopen. Ik sta niet te koop,’ zei ze. Minstens vijf buren deden hetzelfde. Eén buurman mocht zelf een prijs noemen. Ook hij sloeg het aanbod af. In Pennsylvania weigerde een boer 15 miljoen dollar voor land waar hij 50 jaar op werkte. Een boer in Wisconsin sloeg zelfs 80 miljoen dollar af.
De vraag naar geschikte grond voor datacenters groeit snel. Wereldwijd zijn de komende vijf jaar naar schatting 40.000 acres nodig. Dat is het dubbele van wat nu in gebruik is. Techbedrijven betalen soms meer dan 120.000 dollar per acre. Dat zijn bedragen die een paar jaar geleden ondenkbaar waren. Toch zijn boeren niet onder de indruk. Voor hen gaat het niet om geld. Hun land vertegenwoordigt generaties geschiedenis en een manier van leven.
Deze weigeringen laten een belangrijk probleem zien voor de AI-industrie. Technologie heeft fysieke grenzen. Datacenters hebben ruimte, stroom en water nodig. Wall Street rekende niet op boeren die hun identiteit boven miljoenen stellen. De strijd om grond toont aan dat geld niet alles koopt. Zeker niet wat mensen het meest dierbaar is.