De Europese Commissie wil opnieuw een achterdeur in versleutelde berichten. Dat plan staat in ProtectEU, de nieuwe interne veiligheidsstrategie van de EU. Brussel kondigde de strategie begin april 2025 aan als visie en werkplan voor de komende jaren. Concrete wetsvoorstellen ontbreken nog, maar de richting is duidelijk. Volgens het persbericht groeien de dreigingen van vijandige staten. Ook machtige criminele groepen en terroristen opereren steeds vaker online. Daarnaast wijst de Commissie op stijgende cybercriminaliteit en aanvallen op kritieke infrastructuur. Het plan raakt iedereen die apps met end-to-end-versleuteling gebruikt. Privacy en veiligheid staan daarmee opnieuw tegenover elkaar.
De strategie richt zich op zes gebieden. Eén daarvan draait om effectievere instrumenten voor de opsporing. Juist daar komt encryptie onder druk te staan. End-to-end-versleuteling zorgt ervoor dat alleen zender en ontvanger een bericht lezen. Een achterdeur doorbreekt dat principe. De Commissie vermijdt dat woord en kiest voor vriendelijker taal. Zij spreekt over rechtmatige en effectieve toegang tot gegevens voor politie en justitie. Ook zoekt Brussel naar technologische oplossingen om versleutelde gegevens te ontsluiten. Een technologische routekaart moet die oplossingen opleveren. De EU staat daarin niet alleen. Andere landen onderzoeken eveneens wetgeving tegen sterke versleuteling. Techbedrijven, privacyorganisaties en burgerrechtenbewegingen waarschuwen telkens opnieuw voor de gevolgen. De woordkeuze verhult volgens critici waar het plan werkelijk om draait.
Het kernbezwaar is technisch van aard. Encryptie beschermt niet alleen privégesprekken, waar opsporingsdiensten graag toegang toe willen. Dezelfde techniek beveiligt ook betalingen, medische dossiers en kritieke systemen. Banken, ziekenhuizen en journalisten vertrouwen dagelijks op sterke versleuteling. De EU belooft dat cyberveiligheid en grondrechten overeind blijven bij een toekomstige achterdeur. Critici noemen die belofte onhoudbaar. Wie een achterdeur bouwt, opent die deur uiteindelijk voor iedereen. Een zwakke plek blijft namelijk niet beperkt tot politiediensten. Zodra de techniek bestaat, zoeken anderen actief naar dezelfde ingang. Ook vijandige staten en criminele hackers vinden zo’n zwakke plek. Precies die partijen wil de strategie juist buitenspel zetten.
ProtectEU bevat meer dan alleen plannen rond versleuteling. De EU wil dat lidstaten veel meer inlichtingen met elkaar delen. Het gezamenlijke analysecentrum SIAC krijgt daarbij een grotere rol. Zo hoopt Brussel dreigingen eerder te zien aankomen. Daarnaast krijgt politiedienst Europol ruimere bevoegdheden. De organisatie moet grensoverschrijdende en grootschalige onderzoeken zelfstandig kunnen leiden. De Commissie spreekt van een echte operationele politiedienst. Tegelijk stelt zij de lidstaten gerust met de belofte van extra steun. Kritiek uit de techsector en van privacywaakhonden ligt daarom voor de hand. Voorlopig blijft ProtectEU een routekaart zonder bindende regels. Het debat over encryptie keert de komende jaren zeker terug.