Linus Torvalds sprak deze week op de Open Source Summit van de Linux Foundation. Hij beschreef hoe AI-tools de jacht op Linux-bugs en de kernenontwikkeling veranderen. De afgelopen zes maanden steeg het aantal commits met 20%. AI-tools zijn goed genoeg geworden voor veel meer ontwikkelaars. Torvalds ziet dat als een duidelijke toename in ontwikkeling op bijna alle fronten.
Torvalds noemt zijn relatie met AI ‘liefde en haat’. Technisch vindt hij de tools nuttig en fascinerend. Maar AI dwingt mensen ook om hun gewoonten te doorbreken. Dat wekt weerstand. Voor kleine teams en solo-beheerders zorgt de stortvloed aan AI-bugrapporten voor uitputting. Veel indieners reageren later niet meer op vragen om extra uitleg. Dat maakt het beheer extra zwaar.
De beveiligingsmaillijst van Linux kreeg de zwaarste klap. Ontwikkelaars stuurden AI-gevonden bugs direct naar die lijst. Ze namen aan dat elke gevonden bug een beveiligingsrisico kon zijn. Daardoor liep de lijst vol met dubbele meldingen. Een kleine groep beheerders moest die stroom verwerken. Het Linux-project reageerde met nieuwe tools. Sashiko beoordeelt nu alle patches op de mailinglijst. Ook de documentatie werd bijgewerkt om de toestroom van AI-rapporten beter te begeleiden.
Op de lange termijn beschouwt Torvalds AI-bugs als winst. Een gevonden en gerepareerde bug maakt de software beter. ‘Het echte probleem zijn de bugs die je niet vindt,’ zei hij. AI helpt om die verborgen fouten op te sporen. Dat maakt de Linux-kernel op termijn veiliger en stabieler.