Microsoft heeft namen van Nederlandse ambtenaren doorgegeven aan een commissie van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Dit heeft Vrij Nederland onthuld. De betrokken ambtenaren werken bij de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). Zij houden toezicht op grote techplatforms op grond van de Europese Digital Services Act (DSA). De Amerikaanse overheid ziet de DSA als een vorm van censuur op techbedrijven.
Een commissie van het Huis van Afgevaardigden onderzocht wat zij ’techcensuur’ noemen. Die commissie vroeg Microsoft, Meta en andere grote techbedrijven om interne communicatie over Europese regelgeving. De bedrijven stuurden e-mails, notulen en vergaderuitnodigingen op. Daarin staan namen van Nederlandse ambtenaren zonder anonimisering. Naast overheidsmedewerkers zijn ook namen van academici opgedoken. Zo staat disinformatie-onderzoeker Claes de Vreese vermeld in de stukken. Hij noemt het een ‘chilling effect’, maar zegt er strijdvaardiger van te worden.
De Nederlandse politiek reageert bezorgd. Staatssecretaris Willemijn Aerdts noemt het delen van ambtenarennamen ‘ongewenst’. Zij heeft hierover gesproken met de Amerikaanse ambassadeur Joe Popolo. Staatssecretaris Eric van der Burg kondigt een onderzoek aan naar hoe de gegevens zijn terechtgekomen bij de commissie. Er zijn zorgen dat de betrokkenen onder druk worden gezet. Denk hierbij aan mogelijke inreisverboden of sancties vanuit de VS.
Het incident vergroot de zorgen over de digitale afhankelijkheid van Nederland van Amerikaanse techbedrijven. De overheid wil meer digitale soevereiniteit opbouwen. Dit speelt ook in andere dossiers. Zo gaat de Belastingdienst over op Microsoft-systemen. En het bedrijf achter DigiD dreigt in Amerikaanse handen te vallen. Beide gevallen roepen vragen op over de bescherming van gevoelige Nederlandse data.