De AI-boom drijft de prijzen van geheugenchips sterk omhoog. Dit vormt een kink in de kabel voor goedkope smartphones in Afrika. Techbedrijven kopen massaal chips op voor AI-toepassingen. Dat duwt de prijs omhoog voor alle chipkopers, ook voor fabrikanten van budgettoestellen. Brancheorganisatie GSMA wil dit jaar toch betaalbare smartphones testen in zes Afrikaanse landen. Het gaat om Ethiopië, Nigeria, Rwanda, de Democratische Republiek Congo, Tanzania en Oeganda. De beoogde prijs ligt tussen de 30 en 40 dollar.
In Afrika is het netwerk steeds minder een probleem. Ruim 90 procent van de Afrikaanse bevolking heeft mobiel internetbereik. Toch surfen veel mensen niet online. Het grote obstakel zijn betaalbare smartphones. In Tanzania zijn zelfs meer mobiele aansluitingen dan inwoners. Maar veel aansluitingen zijn zonder internetverbinding. In Ethiopië en Oeganda heeft minder dan een kwart van de bevolking een smartphone.
De oorzaak van de hoge chipsprijzen ligt bij de groei van AI. Datacenters en AI-modellen vragen om enorme hoeveelheden geheugen. Chipfabrikanten richten zich daardoor op grote techbedrijven. Fabrikanten van goedkope smartphones vissen achter het net. Dit maakt het moeilijker om toestellen voor minder dan 40 dollar te produceren. Juist die prijsgrens is cruciaal voor de Afrikaanse consumentenmarkt.
GSMA laat zich niet ontmoedigen. De organisatie hoopt met de tests aan te tonen dat goedkope smartphones toch mogelijk zijn. Digitale toegang kan grote gevolgen hebben voor onderwijs en economische kansen. De AI-boom helpt rijke landen vooruit, maar bemoeilijkt digitale inclusie in armere regio’s. De vraag is of de industrie een oplossing vindt voor deze groeiende kloof.