De groei van de AI-industrie heeft grote gevolgen voor het verbruik van stroom en water. Datacenters verbruiken enorme hoeveelheden van beide. In Montevideo protesteerden inwoners in 2023 met lege waterflessen. Een nieuw Google-datacenter gebruikte daar ruim 7,5 miljoen liter drinkwater per dag. Dat is evenveel als het dagelijkse verbruik van tienduizenden huishoudens. Dit terwijl Uruguay kampte met extreme droogte en er zout water uit de kraan kwam.
De AI-industrie groeit wereldwijd razendsnel. Grote techbedrijven zoals Google, Microsoft en Amazon bouwen steeds meer datacenters. Die datacenters hebben veel energie nodig om te koelen en te draaien. Experts waarschuwen dat de vraag naar stroom en water door AI de komende jaren sterk blijft stijgen. Dit legt extra druk op het elektriciteitsnet en op de watervoorziening, vooral in droge regio’s.
Landen en gemeenten staan voor een moeilijke keuze. Ze willen profiteren van de economische voordelen van de AI-industrie. Maar de impact op het milieu en de lokale infrastructuur is groot. Sommige regio’s weigeren al nieuwe datacenters. Anderen stellen strenge eisen aan watergebruik en energiebronnen. De discussie over de echte kosten van AI groeit. Niet alleen in geld, maar ook in natuurlijke hulpbronnen.